Directe beheermaatregelen


Onder directe (ook wel actieve) beheermaatregelen verstaan we hier maatregelen en methodes die een onmiddellijke impact hebben op de overlast van de eikenprocessierups. Dit in tegenstelling tot de indirecte maatregelen, die eerder werken door het stimuleren van predatie en natuurlijke vijanden.

Bij de directe beheermaatregelen maken we een onderscheid tussen preventieve maatregelen — middelen die vroeg in het seizoen worden ingezet, nog vóór de nesten verschijnen — en curatieve maatregelen, die gericht zijn op het verwijderen van bestaande nesten.

Uit de kosteneffectiviteitsanalyse uitgevoerd i.h.k.v. het LIFE-project Eikenprocessierups is gebleken dat preventieve methoden weliswaar aanzienlijk goedkoper zijn dan curatieve, maar deze laatste veel effectiever zijn. De combinatie van stofzuigen en wegplukken is de meest effectieve techniek, maar ook een van de duurste. Als je ook de biodiversiteit in rekening brengt, hebben preventieve methoden, ondanks hun positieve connotatie, aanzienlijk meer negatieve impact op de biodiversiteit dan curatieve methoden. Indirecte maatregelen, beschreven in hoofdstuk 5 ‘Indirecte maatregelen gericht op natuurlijke plaagonderdrukking’, scoren nog beter wat betreft de impact op de biodiversiteit.

Bij de Nederlandse ‘Leidraad Beheersing Eikenprocessierups’ horen een aantal informatiebladen die de verschillende directe beheermaatregelen gedetailleerd bespreken. Deze vind je hier: https://processierups.nu/algemene-informatie/

In Vlaanderen en Wallonië is er momenteel slechts één preventieve methode toegelaten – een biocide – en worden twee curatieve methodes gebruikt, elk met voor- en nadelen. In Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt ook wegbranden als een acceptabele maatregel gezien.

Daarnaast is het nog steeds een optie om bij hoge plaagdruk op plaatsen met een beperkte passage[VN1]  waarschuwingsborden te plaatsen en/of de weg of het pad tijdelijk af te sluiten. Daarbij is duidelijke communicatie noodzakelijk.

Methode Werking Periode Aanbevolen omstandigheden Nadelen/aandachtspunten Niet gebruiken bij
Bacteriepreparaat Preventief April/ mei Droog, windstil, zonnig, >15° C Gezondheid
Biodiversiteit
Natura 2000 gebieden
Aanwezigheid beschermde vlinders
Binnen 6 m langs waterlopen
Wegzuigen/wegplukken Curatief Juni/juli Nat, windstil Gezondheid
Werklast
Afval
Kosten
Lange duurtijd/overlast
Herhaalbaar
Wegbranden Curatief Juni/juli Nat, windstil Gezondheid
Werklast
Kosten
Lange duurtijd/overlast
Risico schade boom
Risico brand
Niet gebruiken omwille van extra risico’s
Waarschuwen/weg of pad tijdelijk afsluiten Juni/juli Bij grote overlast en weinig passage Duidelijke communicatie passanten
Alternatieve verbindingen

In het beheerplan kan je per zone aangeven welke maatregel je in de praktijk wil inzetten.

Bacteriepreparaat


Bij deze preventieve methode worden de eikenbomen bespoten met een biocide, een bacteriepreparaat. Rupsen die de bacterie binnenkrijgen door van de bladeren te eten, sterven voordat ze brandharen ontwikkelen.

Het product doodt ook de aanwezige rupsen van andere vlindersoorten en heeft dus een zware negatieve impact op het ecosysteem. Er zijn dan ook wettelijke beperkingen voor het gebruik ervan. Het gebruik van het bacteriepreparaat gaat ook niet samen met ambitieuze biodiversiteitsdoelstellingen of het bevorderen van natuurlijke plaagonderdrukking.

Werking en effectiviteit

Bacillus thuringiensis (Bt) is een bacterie die in de landbouw wordt gebruikt om gewassen te beschermen tegen verschillende insecten. De subspecies aizawai (Bta) en kurstaki (Btk) doden specifiek rupsen van vlinders (Lepidoptera).

Het Bt-preparaat bevat geen bacteriën, maar in kristallen verpakte eiwittoxinen die de bacterie aanmaakt. Wanneer de rupsen van de bespoten bladeren eten, komen de toxinen door de hoge pH in het maagdarmkanaal van de rups vrij, perforeren ze de darmwand en doden ze de rups.

Het Bt-prepraat (een te verdunnen vloeistof) wordt met een boomnevelspuit binnen de gehele kroon van de boom gespoten. De spuitvloeistof is elektrostatisch geladen en wordt door middel van de laag-volume-bespuitingstechniek verdeeld over de boven- en onderzijde van de bladeren. Afhankelijk van het toestel kunnen bomen tot 30 m hoog beneveld worden. Het middel blijft maximaal zeven dagen effectief. Het preparaat wordt afgebroken door afspoeling door regen en door UV-licht.

Volgens Nederlands onderzoek zouden gemiddeld 77% minder nesten gevormd worden als dit op het juiste moment wordt gebruikt.

Monitoring eikenprocessierups bestrijding tractor
Monitoring eikenprocessierups bestrijding tractor

Timing en omstandigheden

Een goede timing voor het besproeien is belangrijk. Het beste moment is enkele weken na het uitkomen van de rupsen, aan het einde van het tweede/begin van het derde larvenstadium, wanneer ze nog geen brandharen hebben en van de jonge bladeren eten.  Voor een zo goed mogelijk effect moeten de bomen ca. 40-50% bladontplooiing hebben.

Deze methode is minder effectief en zelfs schadelijk vanaf het vierde larvenstadium, omdat de rupsen dan minder gevoelig zijn voor Bt en reeds de overlast veroorzakende brandharen hebben. Die kunnen door het besproeien verspreid worden. Voor de eikenprocessierups in zichtbare nesten en in latere larvenstadia bieden enkel wegzuigen of wegplukken een oplossing. Aandachtspunten en beperkingen voor het gebruik zijn:

  • Bij voorkeur bij droog (om afspoeling te voorkomen) en helder weer (zichtbaarheid);
  • Geen regen verwacht binnen de twaalf uur, zodat het product niet weggespoeld wordt;
  • Windstil of weinig wind (bij voorkeur minder dan 3 m/sec, oftewel windkracht 2 Bft);
  • Dagtemperatuur rond 15°C;
  • Langzaam rijden – 2 tot 3 km/h, afhankelijk van de boomhoogte;
  • Registratie in een spuitrapport (zie 7.4 ‘Monitoring beheermaatregelen’);
  • Effectiviteit maximaal 7 dagen;
  • Het werk moet worden gestopt als de weersomstandigheden niet meer voldoen

Schadelijkheid, neveneffecten, beperkingen en aandachtspunten

Bt is weinig soortspecifiek en kan bij het spuiten ook verspreid worden buiten de boom. Het heeft hierdoor veel negatieve neveneffecten op het ecosysteem van de zomereik en de wijdere omgeving.

Preventie - Eikenprocessierups - witte pakken
Preventie – Eikenprocessierups – witte pakken
  • De methode is weinig accuraat; er worden mogelijk veel meer bomen bespoten dan noodzakelijk.
  • De timing in de ontwikkeling van de rupsen en de weersomstandigheden tijdens het spuiten zijn zeer belangrijk voor de effectiviteit van het middel. Er is dus een reëel risico dat de behandeling niet effectief is.
  • Bt doodt ook rupsen van andere vlindersoorten die in en rond eiken leven en heeft dus een direct en zwaar negatief effect op het ecosysteem.
  • De hoge druk tijdens het spuiten blaast ook andere ongewervelden uit de boom;
  • Door hun voorkeurvoedsel te doden heeft het een negatieve impact op natuurlijke predatoren als vogels en vleermuizen.
  • Direct en indirect heeft het een negatieve impact op natuurlijke parasieten als sluipvliegen en -wespen, die ook gedood worden als hun gastheer sterft of minder voedsel heeft.

Je mag Bt in Vlaanderen niet gebruiken (tenzij ontheffing is verleend):

  • In Natura-2000-gebieden, VEN- en IVON-gebieden en andere natuurreservaten.
  • In openbaar bos
  • In en rond het leefgebied van de bruine eikenpage
  • In een bufferzone van 25 m rond oppervlaktewater
  • Op plaatsen waar mezennestkasten hangen.

Het gebruik van pesticiden in een buffer van 250 meter rond een Natura 2000-gebied is niet strikt verboden, maar de Europese wetgeving verplicht wel tot het minimaliseren van dit gebruik om de natuurlijke habitat te beschermen. De implementatie hiervan schiet echter nog tekort, met gevolgen voor de water- en natuurkwaliteit. 

Gebruik daarom Bt enkel:

  • Bij hoge plaagdruk én
  • Op plaatsen met intense menselijke aanwezigheid én
  • Op plaatsen met een plaaggevoeligheid (relatief hoog aandeel eiken in het bomenbestand) én
  • Waar geen maatregelen voor natuurlijke plaagonderdrukking (nestkasten e.d.) voorzien zijn
  • Buiten een bufferzone van 250 m rond Natura 2000, VEN- en IVON

Wettelijke context en beleidskaders

In Vlaanderen is voor de bestrijding van de eikenprocessierups momenteel slechts één op Bt-gebaseerd product tijdelijk toegelaten in de provincies Antwerpen, Limburg, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen.

ProductnaamNummerExpiratiedatumWerkzame stoffenToepassingsgebiedEinddatum toelating
Foray ESBE2021-001830/11/20283.3200% Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki, strain ABTS-351Op besmette plekken in de openbare zones (parken en openbare tuinen, groene openbare ruimtes, sportterreinen toegankelijk voor het publiek, school- en speelterreinen, begraafplaatsen, zones rond gezondheidsinstellingen,
langs openbare wegen), op privéterreinen met besmette bomen
30/11/2028
Toegelaten BT-preparaten (Gestautor Public Search, geraadpleegd 20-03-2025)

De gebruiksvoorschriften zijn te vinden in de Summary of Product Characteristics (SPC): BE2021-0018_SPC

Het betreft een toelating tot 30/11/2028 op grond van artikel 55 van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 over het op de markt aanbieden en gebruiken van biociden.

Om dit product te gebruiken, moet je aan de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) vooraf een toelating vragen via Procedure 3. In deze aanvraag maak je duidelijk dat andere milieuvriendelijkere beheermethoden niet toereikend zijn. Meer informatie en de te ondernemen stappen vind je op de website “Zonder is Gezonder”.

Voor de provincie Antwerpen is het bijkomend verplicht de te bestrijden locaties aan te duiden op de eikenprocessierupsenkaart.

Veiligheid en gezondheid

Bij mensen en dieren kunnen deze toxines allergische reacties en huid- en oogirritaties veroorzaken. Het gebruik van de juiste Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM) is dus essentieel. Vermijd dat passanten en dieren in aanraking komen met de spuitnevel. Informeer de omgeving wanneer het middel wordt toegepast. Raadpleeg het veiligheidsinformatieblad.

Zie hoofdstuk 8 ‘Veiligheid werknemers en omstanders’ voor een overzicht van de maatregelen die nodig zijn om werknemers en omstanders te beschermen i.h.k.v processierupsbestrijding.

Resten van dit biocide mogen niet in het milieu terechtkomen. Lege verpakkingen sorteer je bij agrochemische afvalstoffen, restanten van het product horen bij klein chemisch afval.

Preventie - Beschermingskledij
Aanleveren afbeelding BT door Kathleen

Monitoring van de beheermaatregel

Zorg dat je goed registreert welke eiken je op welk moment behandelt. Vraag de uitvoerende partij om dit op te nemen in het spuitrapport (zie 7.4 ‘Monitoring beheermaatregelen’), evenals de weersomstandigheden bij toepassing. Spuitapparatuur kan ook voorzien worden van een GPS-tracker, zodat je de bespuiting kan volgen.

Inspecteer in de weken na de behandelingen de locatie op de aanwezigheid van nieuwe rupsen. Indien noodzakelijk kun je die nadien wegzuigen. Gebruik voor deze monitoring bij voorkeur het inspectierapport voorgesteld in 7.1.1 ‘Nesten en plaagdruk’.

In Vlaanderen is bij gebruik van biociden rapportering van de beheermaatregelen verplicht. Deze monitoring omvat registratie van de nesten, soort bestrijding en productgebruik. De resultaten rapporteer je vervolgens aan de VMM. De provincie Antwerpen stelt met de eikenprocessierupsenkaart een tool ter beschikking om relevante info te raadplegen en monitoringgegevens bij te houden.

Wegzuigen en wegplukken


Bij het wegzuigen worden de nesten van de eikenprocessierups in de boom of aan de stamvoet weggezogen met een aangepaste industriële stofzuiger. De nesten worden na het opzuigen veilig opgeslagen en afgevoerd als eikenprocessierupsafval. De bestrijding kan dus zeer doelgericht en accuraat gebeuren

Grotere nesten kunnen met andere middelen van de stam of takken worden weggeplukt en opgevangen.

Het wegzuigen of wegplukken heeft geen grote nadelige effecten op andere insecten in de bomen. Wel worden de eventueel in de nesten aanwezige parasieten van de eikenprocessierups en de voedselbron voor insectenetende vogels en vleermuizen samen met de nesten verwijderd. Dit vertraagt het opbouwen van natuurlijke plaagonderdrukking.

Het wegzuigen en wegplukken heeft een grotere en minder makkelijk in te plannen werklast dan het gebruik van het Bt-preparaat en is ook duurder.

Werking en effectiviteit

Met deze techniek kan de overlast door brandharen voor de directe omgeving sterk ingeperkt worden.  Hoe eerder men de (vaak nog kleine) nesten verwijdert, hoe meer men de overlast voor de omgeving wegneemt. Kleine nesten worden echter vaker over het hoofd gezien.

Het opzuigen kan gebeuren met:

  • Een zware industriële stofzuiger gebruikt vanaf de grond of met een hoogtewerker; meestal worden de nesten vooraf ingespoten met een fixatiemiddel (lijm);
  • Een mesttank met vacuümpomp, gedeeltelijk gevuld met water met een onderdruk van minstens 3 bar;

Bij een beperkt aantal nesten of moeilijk bereikbare nesten kan het wegzuigen of wegplukken ook handmatig door boomklimmers gebeuren.

Methode Periode Aanbevolen omstandigheden Nadelen/aandachtspunten Niet gebruiken bij
Industrieel Opzuigen en afvoeren Eind mei – juli Windstil
Nesten makkelijk bereikbaar
Gezondheid uitvoerders & omstaanders
Afvalverwerking
Handmatig Opzuigen en afvoeren Eind mei – juli Nesten moeilijk bereikbaar
Beschikbaarheid stofzuiger
Gezondheid uitvoerders & omstaanders
Afvalverwerking
Wegplukken en afvoeren Eind mei – juli Nesten moeilijk bereikbaar Gezondheid uitvoerders & omstaanders
Afvalverwerking

Timing en omstandigheden

Deze bestrijdingsmethode wordt toegepast vanaf het vierde larvenstadium, vanaf eind mei/begin juni, en wordt bij voorkeur afgerond voordat de vlinders uitkomen in juli. Hierdoor heeft de bestrijding ook een plaagonderdrukkend effect voor het jaar erna, doordat de vlinders geen eitjes kunnen afzetten.

Tijdens het seizoen moet de methode mogelijk enkele keren herhaald worden, zodat rupsen die op een later tijdstip van de kroon naar de stam kruipen alsnog worden vernietigd

Oude spinselnesten kan men met deze methode het hele jaar door opruimen. Om de omgeving minimaal mogelijk te belasten, wordt aangeraden dat te doen onder natte omstandigheden.

Schadelijkheid, neveneffecten, beperkingen en aandachtspunten

Bij een goede uitvoering is het opzuigen van nesten niet schadelijk voor boom, vegetatie, bodem of water. Er zijn echter wat aandachtspunten:

  • Bij vroegtijdige actie kunnen rupsen gemist worden, waardoor nadien toch nog nesten gevormd worden. Controleer de locaties na het wegzuigen van nesten nogmaals voor eind juni/begin juli.
  • Het afval moet apart worden afgevoerd en verbrand door een erkend verwerkingsbedrijf voor dierlijke resten.
  • Het weghalen van de nesten en rupsen doodt ook natuurlijke vijanden in de nesten. Dat kan vermeden worden door de weggehaalde nesten bij risicolocaties ter plaatse in parasietkasten te zetten (zie natuurlijke plaagonderdrukking).
  • Het op grote schaal wegzuigen van de nesten is een dure maatregel.
  • In piekjaren kan er beperkte capaciteit zijn aan hoogwerkers, zuigwerktuigen en/of ervaren personeel. Monitoring, een tijdige planning en afspraken met een gespecialiseerd bestrijdingsbedrijf kunnen hieraan verhelpen.

We adviseren dus deze maatregel vooral te gebruiken bij een matige en geringe plaagdruk, waarbij op enkele plekken nesten moeten worden weggezogen.

Bij een hoge plaagdruk kan ze best gericht worden ingezet op locaties met intensieve aanwezigheid van mensen en dieren en/of hoge of matige gevoeligheid (dus met relatief veel eiken/zomereiken) of daar waar een bacteriepreparaat niet mogelijk is.

De kosten kunnen op de middellange termijn worden beperkt door deze maatregel te combineren met andere maatregelen, vooral natuurlijke plaagonderdrukking.

Wettelijke context en beleidskaders

Buiten de regels voor veiligheid en persoonlijke bescherming, samengevat in hoofdstuk 8 ‘Veiligheid werknemers en omstanders’ zijn er geen wettelijke beperkingen voor deze methode.

De verzamelde nesten en rupsen worden beschouwd als gevaarlijk dierlijk afval en moeten verwerkt worden door een verwerkingsbedrijf dat een vergunning heeft om de rupsenresten te verbranden.

Veiligheid en gezondheid

Bij gebruik van deze techniek kunnen brandharen toch verspreid worden, met belangrijke blootstellingsrisico’s voor bestrijders en de directe omgeving. De rupsen kunnen brandharen afschieten, en het risico bestaat dat nesten uit de boom vallen.

Zie hoofdstuk 8 ‘Veiligheid werknemers en omstanders ‘ voor[VN1]  een overzicht van de maatregelen die nodig zijn i.h.k.v. processierupsbestrijding.

Communiceer tijdig het moment van de werkzaamheden naar omwonenden en zorg ervoor dat voorbijgangers voldoende afstand in acht nemen. Vaak zijn voor de verkeersveiligheid maatregelen noodzakelijk, zoals borden en wegafzettingen.

Denk ook aan het vooraf wegzuigen van nesten bij snoei- en velwerkzaamheden in gekoloniseerde bomen later in het jaar. Hou bij de planning van het wegzuigen al rekening met geplande snoeiwerkzaamheden in het daaropvolgende seizoen.

Monitoring van de beheermaatregel

Ook wanneer er geen biociden gebruikt worden, is een gedegen monitoring vereist voor de evaluatie van de uitgevoerde beheermaatregelen. De monitoringgegevens kunnen worden gebruikt voor de evaluatie van het lopende beheerjaar, als indicatie voor de plaagdruk van het daaropvolgende jaar en voor de planning van de werkzaamheden.

Vraag de uitvoerder een ‘Rapport curatieve actie’ op te stellen (zie 7.4 ‘Monitoring beheermaatregelen’). Noteer bij uitvoering het aantal verwijderde nesten, de manier van verwijderen en de datum van verwijdering.

Waarschuwen en/of afsluiten


Niet bestrijden is de meest ecologische oplossing. De meest eenvoudige manier om te vermijden dat mensen en huisdieren in contact komen met de eikenprocessierups, is het plaatsen van waarschuwings- en infoborden op paden en bermen om mensen op het gevaar te wijzen. Indien nodig kunnen deze zones ook tijdelijk worden afgesloten.

Aangezien de meest kritische periode slechts enkele maanden per jaar duurt (vooral juni en juli), kan dat door het nemen van tijdelijke maatregelen, eventueel tot de nesten verwijderd zijn.

Deze maatregel kan vooral gebruikt worden bij grote overlast en op plaatsen waar de impact beperkt is, zoals langs bospaden en weinig gebruikte voet- en fietspaden in eikendreven waar weinig passanten zijn. Als maatregel op de korte termijn, in afwachting van het wegzuigen of wegplukken, kan ze ook op plaatsen met hogere impact worden ingezet.

Vanzelfsprekend is een goede communicatie naar de passanten en de inwoners daarbij cruciaal. Een combinatie van waarschuwingsborden, nadarhekken of afzetlinten, infoborden en info via de gemeentelijke communicatiekanalen is ideaal.

  • Waarschuwingsborden met een duidelijke tekening van de rupsen, gevaarsymbolen en de vraag om de plaats niet te betreden, in een opvallende (rode) kleur;
  • Infoborden met vermelding van de reden van afsluiten, kenmerken van de rupsen en nesten, het gevaar dat de rupsen vormen, wat te doen bij contact met de brandharen, en de contactgegevens van de verantwoordelijke;
  • De betreffende locaties of paden bekendmaken via het gemeentelijk informatieblad of de gemeentelijke website.

Op plaatsen waar veel toeristen komen, worden bij voorkeur meertalige waarschuwings- en infoborden geplaatst.

Bij paden die een cruciale verbinding vormen, kunnen ook best alternatieven worden aangeduid.

Voorbeelden van informatieborden en linten zijn te vinden in Bijlage 4: Communicatiemateriaal.

Af te raden technieken


Vooraleer nieuwe technieken of producten op het terrein te gebruiken, is het aangeraden te controleren of deze wel zijn toegelaten en werkzaam zijn. Het is niet ongebruikelijk dat aanbieders illegale of onwerkzame middelen proberen te verkopen.

De volgende technieken worden alvast afgeraden voor gebruik in België.

Wegbranden

Tot recent werden zowel in Vlaanderen als in Wallonië nesten verbrand in de boom. Deze techniek heeft als groot voordeel dat de meeste brandharen in het nest worden vernietigd. Ze werd geschikt geacht voor dichtbevolkte gebieden en voor alleenstaande bomen. De techniek werd vooral toegepast vanaf het vierde ontwikkelingsstadium.

Omwille van het risico op bermbranden – vooral tijdens droogteperiodes – de kans op beschadiging van de boom en het hoge risico dat door de ontstane turbulentie brandharen worden verspreid, raden wij deze techniek echter af.

Neem-extract

Naast het bacteriepreparaat Foray ES was tot in 2025 in België ook NeemProtect toegelaten bij de bestrijding van eikenprocessierups. NeemProtect is een extract van de exotische boom Neem of Margosa (Azadirachta indica), met als actief product Azadirachtine. Het product kan gebruikt worden in het eerste of tweede larvenstadium van de rups, maar enkel bij ideale weersomstandigheden – warmer dan 15 °C, geen wind of neerslag binnen de 24 uur.

Het product is in 2025 van de lijst van toegelaten biociden voor de bestrijding van eikenprocessierups verwijderd. Los daarvan, vooral omwille van de beperkte toepassingsmogelijkheden en het feit dat het extract minder selectief is dan het bacteriepreparaat – waardoor het ook de natuurlijke vijanden van de rups treft – én daarbij ook schadelijk is voor het waterleven, raden wij dit product echter af.

Nematoden

In Nederland wordt naast het bacteriepreparaat ook nematoden (aaltjes of rondwormen) gebruikt. De nematoden worden op dezelfde manier gebruikt als Bt, in de eerste drie weken nadat de rupsen uit het ei komen. Deze nematoden dringen de rups binnen, waardoor deze sterft voordat ze brandharen kunnen vormen. Dat maakt deze methode geschikt voor locaties waar overlast strikt voorkomen moet worden. Ook deze methode is erg gevoelig voor de juiste omstandigheden, zoals geschikte weersomstandigheden. Het spuiten moet ’s nachts gebeuren.

Net als Bt heeft deze methode ook sterke negatieve impact op alle boombewonende vlindersoorten, maar daarnaast ook op andere insecten.

Middelen gebaseerd op nematoden zijn in België toegelaten, maar worden omwille van bovenstaande redenen afgeraden.

Lijmbanden en plakstrips

Vooral door particulieren worden weleens lijmbanden of plakstrips op de boomstam aangebracht om de rupsen te beletten langs de boomstam te migreren, een praktijk die in de fruitteelt wel gebruikt wordt tegen plaaginsecten.

Omwille van de ongewenste bijvangst van onschuldige insecten en zelfs vogels en vleermuizen raden we deze techniek ten zeerste af.

Feromoonvallen i.h.k.v. bestrijding

In Nederland loopt een proef met paringsverstoring van de eikenprocessierups door het gebruik van feromonen. De stoffen worden met paintballgeweren in de boom geschoten. Er wordt verwacht dat deze methode een duidelijke afname van het aantal eikenprocessierupsen oplevert. Het onderzoek zou als basis kunnen dienen voor het toelaten van het middel op de Nederlandse markt.

In België zijn feromonen in de bestrijding van deeikenprocessierups (nog) niet toegelaten, enkel bij de monitoring.