Juridisch kader

Aansprakelijkheid ten aanzien van gezondheidsschade


In het Belgisch recht wordt burgerrechtelijke aansprakelijkheid gedefinieerd als de mogelijkheid om een persoon ter verantwoording te roepen voor diens gedrag. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid.

Contractuele aansprakelijkheid/Verbintenissenrecht

Contractuele aansprakelijkheid wordt in België geregeld in het Burgerlijk Wetboek (BW) Boek 5 (voordien BW-artikel 1134 tot 1155), ook wel het Verbintenissenrecht genoemd.

Contractuele aansprakelijkheid geldt enkel wanneer er een contractuele fout voorhanden is die aanleiding geeft tot schade of bij miskenning van hetgeen waartoe de overeenkomst niet-expliciet verbindt.

Dit kan onder meer gelden bij kort- of langlopende huurcontracten van terreinen, bij de verhuur van kampeerplaatsen of vakantiewoningen en bij het uitbaten van een horecazaak met terras. Gebruikers mogen erop kunnen rekenen dat het aangebodene niet minder bruikbaar is omwille van overlast door eikenprocessierupsen.

Een terreineigenaar die overeenkomsten of bestekken afsluit over het onderhoud van groenvoorzieningen, neemt idealiter bepalingen op over eikenprocessierups als er kans op schade is.

Buitencontractuele aansprakelijkheid

Buitencontractuele aansprakelijkheid wordt in België geregeld door het Burgerlijk Wetboek (BW) Boek 6, in voege gegaan op 1 januari 2025 (voorheen BW-artikel 1382 t.e.m 1386).

  • Art. 6.5 stelt als beginsel: Eenieder is aansprakelijk voor de schade die hij door zijn fout aan een ander veroorzaakt. M.a.w. de eigenaar/beheerder van het terrein waar zich nesten van processierupsen bevinden, kan aansprakelijk gesteld worden voor de ontstane schade als kan aangetoond worden dat hij een fout gemaakt heeft;
  • Art 6.6 vermeldt dat een fout bestaat uit ‘de schending van een wettelijke regel die een bepaald gedrag oplegt of verbiedt, of van de algemene zorgvuldigheidsnorm die geldt in het maatschappelijk verkeer’;
  • De algemene zorgvuldigheidsnorm vereist van eenieder een gedrag dat overeenkomt met dat van een ‘voorzichtig en redelijk persoon’ in dezelfde omstandigheden geplaatst; d.w.z. iemand die zich gedraagt als een verantwoordelijk persoon die alles doet wat nodig is om voorzienbare schade te voorkomen (ook wel ‘Goede huisvader’).
  • Art. 6.6 bepaalt dat bij de toepassing van deze norm onder andere rekening kan worden gehouden met:
    • De redelijkerwijze voorzienbare gevolgen van het gedrag of de afwezigheid ervan (bv. Het niet verwijderen van nesten aan de rand van een pad of weg, op plaatsen waar veel mensen samenkomen, …)
    • De evenredigheid van het risico dat de schade zich voordoet, haar aard en omvang, ten opzichte van de inspanningen en maatregelen die nodig zijn om haar te vermijden (bv. nesten ter plaatse laten waar ze redelijkerwijs weinig of geen schade kunnen aanrichten)
    • De stand van techniek en van de wetenschappelijke kennis
    • De eisen van goed vakmanschap en goede beroepspraktijken
    • De beginselen van goed bestuur en goede organisatie
  • Art. 6.14 en 6.15 zeggen dat ook aanstellers en rechtspersonen aansprakelijk kunnen gesteld worden voor fouten begaan door hun uitvoeringsagenten (personeelsleden, bestuurders en aangestelde derden) tijdens het uitvoeren van hun functie
  • Art. 6.20 bepaalt verder dat er een verband (noodzakelijke voorwaarde) moet zijn tussen de oorzaak en de schade, ook al zijn er mogelijk nog andere oorzaken in het spel

De conclusie is dat voor wat betreft gezondheidsklachten ten gevolge van de aanwezigheid van de eikenprocessierups:

  • De eigenaar van een grond waarop zich processierupsen bevinden, aansprakelijk kan gesteld worden voor schade die inwoners en passanten oplopen, ook al zijn er in de buurt nog andere nesten aanwezig;
  • De terreinbeheerders die werken met eikenprocessierupsen én hun opdrachtgevers, en in geval van gemeentemedewerkers het bestuur, kunnen aansprakelijk gesteld worden voor schade die inwoners en passanten oplopen ten gevolge van die beheerwerken, ook al zijn er maatregelen getroffen om de overlast te beperken;

Om deze aansprakelijkheid zoveel mogelijk te vermijden, is het dus belangrijk zowel als eigenaar (van gemeentelijke terreinen en openbare wegenis) als beheerder/opdrachtgever de nodige maatregelen te nemen om de schade te vermijden, in overeenstemming met de regels van de algemene zorgvuldigheidsnorm hierboven.

Daarbij kunnen enkele vuistregels worden overgenomen uit de Nederlandse ‘Leidraad Beheersing Eikenprocessierups’:

  • Als de mate van ernst van de schade groter kan zijn, zoals bij letselschade, dan moet een hogere mate van zorg worden betracht – bijvoorbeeld nabij scholen en zorginstellingen.
  • Als de kans op schade groter is, geldt eveneens een hogere mate van zorg, zoals bij evenementen.
  • Als de gedragingen gevaarlijker zijn, bijv. een klimwedstrijd in een boom.
  • Naarmate preventieve voorzorgmaatregelen in verhouding tot de kans op en ernst van de schade eenvoudig te organiseren zijn, zoals het ophangen van waarschuwingsborden
  • De kans op schadeclaims is hoger wanneer er sprake is van een “uitnodiging”. Voorbeelden van uitnodiging zijn speelplaatsen, schoolpleinen, zitbankjes en picknicktafels, speel- en ligweides en zwemgelegenheden. Hier geldt een hogere mate van zorg.

Toegelaten bestrijdingsmiddelen en methoden


Biociden of gewasbeschermingsmiddelen

In België vallen pesticiden, afhankelijk van het beschermdoel, onder de wetgeving rond gewasbeschermingsmiddelen (beschermdoel gewas) of onder de biociden (beschermdoel mens). De middelen ingezet voor eikenprocessierups vallen onder de tweede categorie, biociden.

Voor beide categorieën staan de Europese agentschappen EFSA (European Food Safety Agency) en ECHA (European Chemicals Agency) in voor de goedkeuring van de werkzame stoffen.

In België is de bevoegdheid voor de implementatie en de opvolging van de pesticidenregelgeving verdeeld tussen de federale overheid en de gewesten. De belangrijkste bevoegdheden liggen bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (FOD VVVL). Deze dienst is onder meer belast met de toelatingen om gewasbeschermingsmiddelen en biociden op de Belgische markt te brengen.

De Vlaamse (gewest), Brusselse en Waalse regering voeren elk hun reductieprogramma uit (in grote lijnen onderling vergelijkbaar) om het pesticidengebruik op openbare terreinen en in zones waar kwetsbare groepen aanwezig kunnen zijn te verbieden. Elders kunnen restricties worden opgelegd.

Een gewasbeschermingsmiddel of biocide mag slechts verkocht, gekocht en gebruikt worden in België voor zover:

  • Het op de lijst staat van de toegelaten gewasbeschermingsmiddelen (www.fytoweb.be) of biociden (www.biocide.be)
  • Het wordt aangewend voor het voorziene gebruik en de gebruiksvoorwaarden worden gerespecteerd
  • De verkoper en/of gebruiker beschikt over de nodige erkenning of voldoet aan de registratieplicht (wanneer van toepassing)
  • Er geen specifiek gebruiksverbod is opgelegd door andere wetgeving
Foray ESNummerExpiratiedatumWerkzame stofToepassingsgebiedEinddatum toelating
Foray ESBE2021-001830/11/20283.3200% Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki, strain ABTS-351
 
Op besmette plekken in de openbare zones (parken en openbare tuinen, groene openbare ruimtes, sportterreinen toegankelijk voor het publiek, school- en speelterreinen, begraafplaatsen, zones rond gezondheidsinstellingen, langs openbare wegen), op privéterreinen met besmette bomen30/11/2028
Toegelaten biociden i.h.k.v. bestrijding eikenprocessierups (Biocide.BE/Gestautor Public Search, geraadpleegd 26-08-2025)

De voorschriften voor toepassing zijn hier te vinden: Résumé des caractéristiques du produit pour un produit biocide/BE2021-0018_SPC.

In Vlaanderen is een voorwaarde voor gebruik door lokale overheden dat er vooraf een toelating wordt gevraagd aan de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Deze toelating verloopt via VMM/Procedure 3 – probleemsoort of veiligheidsprobleem van de VMM. Er moet een formulier “Aanvraag van een afwijking van het verbod op pesticiden via procedure 3 – Eikenprocessierups – Thaumetopoea processionea – Gevaar voor de Volksgezondheid” worden ingevuld. In deze aanvraag maak je duidelijk dat andere milieuvriendelijkere beheermethoden niet toereikend zijn. Meer informatie en de te ondernemen stappen kunnen gevonden worden op de VMM-website “Zonder is Gezonder”.

Bij gebruik van biociden is monitoring (registratie nesten en bestrijding, rapportering productgebruik aan VMM) verplicht – zie hoofdstuk 7.4 ‘Monitoring beheermaatregelen’. Voor gemeenten in de provincie Antwerpen is het aanduiden van de te bestrijden locaties op de eikenprocessierupsenkaart verplicht.

Bij het gebruik van biociden in de omgeving van natuurgebieden geldt het voorzorgsprincipe – zie 9.3 ‘Voorzorgsprincipe’.

Daarnaast mogen biociden in het algemeen niet gebruikt worden op terreinen voor openbare diensten, in waterwingebieden en binnen een zone van 6 meter langs oppervlaktewater. Specifiek voor Foray ES is deze zone uitgebreid naar 25 m.

Feromoonvallen

Feromonen die ingezet worden om de populatie te verkleinen (paringsverstoring, lokken om te doden, afweren, etc.) vallen onder de gewasbeschermingsmiddelen en dienen een toelating te krijgen van de bevoegde federale minister alvorens zij verhandeld en gebruikt mogen worden op de Belgische markt. Zie de Fytoweb/Home page.

Feromoonvallen die ingezet worden voor monitoringsdoeleinden zijn daarvan vrijgesteld.

Lichtvallen

De problematiek van lichthinder wordt in Vlaanderen hoofdzakelijk geregeld via de milieuregelgeving, in het bijzonder het Decreet algemene bepalingen milieubeleid (DABM) en zijn uitvoeringsbesluiten VLAREM II en VLAREM III. Deze omvat echter geen tijdelijke verlichting zoals lichtvallen.

Het Natuurdecreet bepaalt dat eenieder die ingrijpt op wilde inheemse fauna verplicht is om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om schade te voorkomen, te beperken of, als dit niet mogelijk is, te herstellen.

Middelen met een fysische of mechanische werking

Middelen die in de categorie fysische of mechanische werking vallen en voor professioneel gebruik bedoeld zijn, zoals de industriële stofzuigers of spuittoestellen, vallen onder de Europese REACH-verordening (Registration, Evaluation, Authorisation and Restriction of Chemicals) (Verordening (EG) 1907/2006). Zij moeten voorzien zijn van een Veiligheidsinformatieblad (Safety Data Sheet of SDS).

In Vlaanderen is de Omgevingsinspectie van het Departement Omgeving verantwoordelijk voor controles op de diverse aspecten van de REACH-verordening, o.a. de registratieplicht, de naleving van verplichtingen uit autorisaties en de veiligheidsinformatiebladen.

Voorzorgsprincipe


Biociden als Bt hebben onvermijdelijk negatieve impact op andere vlindersoorten dan de eikenprocessierups, waaronder ook een aantal beschermde soorten. Zowel in Vlaanderen als in Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn daarom beperkingen van kracht in het gebruik van bestrijdingsmiddelen in natuurgebieden of in de leefomgeving van beschermde soorten. Deze worden wel samengevat onder de noemer ‘Voorzorgsprincipe in verband met onbedoelde nevenschade aan de fysieke leefomgeving’.

Vlaanderen

Het voorzorgsprincipe zoals bepaald in het Natuurdecreet verplicht beheerders om schade aan beschermde soorten te vermijden. Deze schade kan optreden bij beschermde soorten op de eik, in de ondergroei of op de bodem onder de boom.

Beschermde gebieden, Natuurdecreet en Soortenbesluit

In Vlaanderen is voor gebieden die vallen onder het VEN (Vlaams Ecologisch Netwerk) en IVON (Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk) het Natuurdecreet van kracht. Volgens artikel 51 daarvan geldt in dergelijke gebieden een verbod op het gebruik van alle niet-selectieve middelen, die de plaatselijke verdwijning of ernstige verstoring van de rust van de populaties vermeld in Bijlage III van dat decreet tot gevolg kunnen hebben.

Het Natuurdecreet bepaalt ook welke habitats en soorten vanuit de Europese richtlijn Natura 2000 wettelijk beschermd worden. Deze zijn opgenomen in Bijlagen III en IV van het decreet.

Daarnaast bepaalt het Soortenbesluit welke dier- en plantensoorten in Vlaanderen worden beschermd (Bijlage I). Dit besluit verbiedt onder meer het opzettelijk doden, vangen of betekenisvol verstoren van de soort, of het opzettelijk vernielen van hun voortplantingsplaatsen. Een handeling wordt geacht onopzettelijk te zijn wanneer de verantwoordelijke voor deze handeling niet wist en redelijkerwijs niet hoorde te weten dat deze handeling kon leiden tot negatieve gevolgen voor specimens van beschermde soorten.

Ontheffing van deze beperkingen kan enkel verleend worden door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB).

Specifieke SoortBeschermingsProgramma’s (SBP’s) geven meer bescherming voor specifieke Rode Lijst-soorten en bepalen welke maatregelen genomen moeten worden om de soort beter te beschermen.

Geïmpacteerde, beschermde en prioritaire soorten

Specifiek voor de beheersmaatregelen rond de eikenprocessierups is vooral de bruine eikenpage (Satyrium ilicis) belangrijk, een dagvlinder en Rode lijst-soort in de categorie ‘Ernstig bedreigd’. In het Soortenbesluit valt deze soort in categorie 1, soorten waarop de basisbeschermingsbepalingen van het besluit van toepassing zijn, en dus ook het opzettelijk doden of verstoren van de soort door het gebruik van biociden. De bruine eikenpage is ook een PPS voor Antwerpen en Limburg.

Deze kleine dagvlinder gebruikt de zomereik als waardplant. De rupsen zijn actief in april en mei, samen met die van de eikenprocessierups. Bestrijding met Bt in die periode op plaatsen waar bruine eikenpage voorkomt heeft dan ook een zware negatieve impact en moet absoluut vermeden worden.

Een SBP voor de bruine eikenpage is in opmaak. Basis daarvoor is het INBO-rapport ‘Wetenschappelijk basisrapport voor het Soortenbeschermingsprogramma Bruine eikenpage (Satyrium ilicis)’.  

Daarnaast is ook de gewone eikenpage (Favonius quercus) een dagvlinder die van eiken afhankelijk is en impact zal ondervinden van het biocidengebruik.

BeschermingsniveauSoortGebiedDetails
SoortenbesluitBruine eikenpageVlaanderenVlaamse Codex – Soortenbesluit
SBP (Soortenbeschermingsprogramma) (in opmaak)Bruine eikenpageVlaanderenINBO / Wetenschappelijk basisrapport voor het SBP Bruine eikenpage (Satyrium ilicis)
PPS (Provinciale Prioritaire Soort)Bruine EikenpageAntwerpenProvincie Antwerpen / Provinciaal Prioritaire Soorten 2021
LimburgProvincie Limburg / Provinciaal Prioritaire Soorten
PBHS (Provinciaal Belangrijke Habitattypische Soorten)EikenpageAntwerpenProvincie Antwerpen / Provinciaal Prioritaire Soorten 2021
Rode LijstMeerdere soortenVlaanderenInstituut voor Natuur- en Bosonderzoek / Rode lijsten [VN1] 
Bescherming voor dagvlindersoorten gebonden aan eiken in Vlaanderen

De Rode Lijst omvat verder nog tientallen soorten nachtvlinders in de categorieën ‘Met uitsterven bedreigd’, ‘Ernstig bedreigd’, ‘Bedreigd’ of ‘Kwetsbaar’, waarvan een aantal ook eikenbomen en de planten in de bermen rondom als waard- of voedselplant gebruiken en dus mogelijk geïmpacteerd worden.

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest omvat de wetgeving en verbodsbepalingen ter bescherming van dier- en plantensoorten verbodsbepalingen, geldig binnen bosreservaten, zoals het doden van beschermde soorten of het vernietigen van hun habitats, schuil-, voortplantings- en rustplaatsen, nesten en eieren: verbodsbepalingen die tot doel hebben de dier- en plantensoorten en de gebieden met het statuut van bosreservaat. In bepaalde omstandigheden kan hiervoor een afwijking worden toegestaan.

Het Gewest onderscheidt verder in zijn ‘Ordonnantie betreffende het Natuurbehoud’ op soortniveau vier beschermingsniveaus:

  • Annex 2.1: soorten van communautair belang;
  • Annex 2.2: soorten met een strikte bescherming;
  • Annex 2.3: soorten met een geografisch beperkte strikte bescherming;
  • Annex 2.4: soorten van gewestelijk belang.

Annex 2.3 is van kracht in de groene zones, groene zones van hoge biologische waarde, parkzones, begraafplaatsgebieden, boszones en erfdienstbaarheidszones rond bossen en wouden, Natura 2000-gebieden, natuurreservaten en bosreservaten. Op deze lijst wordt onder meer de eikenpage (Favonius quercus) vermeld, een soort die ook kwetsbaar is voor biociden die gebruikt worden tegen eikenprocessierups.

Wallonië

De ‘Wallex – Loi sur la conservation de la nature’ uit 1973 wil het karakter, de diversiteit en de integriteit van de natuurlijke omgeving beschermen, door middel van maatregelen ter bescherming van flora en fauna, hun gemeenschappen en leefgebieden, evenals de bodem, de ondergrond, het water en de lucht. Deze bescherming omvat o.a. het verbod op het opzettelijk doden van exemplaren van soorten die in Wallonië bedreigd worden.

Annexe IIa bij deze wet bevat de vlindersoorten die daaronder vallen. Hierop staan momenteel geen aan eiken gebonden soorten.