Monitoring
Een goede monitoring is een eerste en belangrijke stap in het bepalen van de verwachte plaagdruk en de planning van de beheermaatregelen.
Onder monitoring verstaan we hier:
- Monitoring van de eikenprocessierups-populaties en hun ontwikkeling: het moment van uitkomen van de rupsen, het aantal nesten en het aantal vlinders;
- Monitoring van de uitgevoerde beheermaatregelen en hun effect;
- Monitoring van de gezondheidsklachten.
Niet al deze vormen van monitoring moeten lokaal gebeuren, maar het is best de resultaten van de monitoring op een hoger niveau (provincie/regio/…) mee te nemen bij de voorbereiding op het geplande beheer van het volgende jaar.
Monitoring nesten
De meest directe methode om inzicht te krijgen in de plaagdruk in een bepaalde regio is het monitoren van eikenprocessierupsnesten in eikenbomen. Deze monitoring gebeurt bij voorkeur lokaal, omdat de plaagdruk regionaal kan variëren.
De nesten worden gevormd vanaf het vierde larvenstadium, dus rond eind mei/begin juni. Bij de monitoring zijn zowel het aantal nesten per boom als de grootte van de nesten van belang. De grootte zegt iets over het aantal rupsen dat bij elkaar zit. Hoe meer rupsen, des te meer brandharen en hoe hoger het risico op overlast.
Eikenprocessierupsen koloniseren bij voorkeur zomereiken op een zonnige standplaats – vooral laanbomen – maar bij hoge plaagdruk vind je ze ook op andere locaties en andere soorten eiken. In die omstandigheden kan je de monitoring uitbreiden naar andere soorten en locaties.
Een nadeel is dat dit type monitoring pas eind mei/begin juni kan plaatsvinden, zodat je pas begin juni een definitieve inschatting kan maken van de te verwachten overlast. Voor het lopende werkjaar kan je zo enkel nog de planning van de curatieve behandeling bijstellen.
Nog een nadeel is dat deze methode geen rekening houdt met de weersomstandigheden tijdens de vliegperiode van de vlinders. Deze vul je dus liefst aan met extra monitoring met licht- of feromoonvallen.
Deze monitoring is een belangrijke input voor de risicoanalyse voor het volgende seizoen en laat toe je budget en maatregelen tijdig te plannen. Je kan monitoringdata met omliggende gemeenten uitwisselen of afspreken om de monitoring te centraliseren. Dit kan een goede aanleiding zijn om beter af te stemmen over het beheer van de eikenprocessierups met de gemeenten in je regio.

Een aanvulling/alternatief voor deze monitoring is het gebruik van een lokaal meldingssysteem voor burgers (zie 6.3 ‘Meldingen’), en/of het opvolgen van waarnemingen op citizen science-platformen als Waarnemingen.be.
Nesten en plaagdruk
Het gemiddelde aantal nesten per boom in het voorgaande jaar is een bruikbare indicator voor de te verwachten plaagdruk het jaar nadien. Als die inventarisatie te zwaar is, kan het aandeel aangetaste eiken in het totale eikenbestand een redelijke voorspelling geven.
Het inventariseren van de rupsennesten is vrij eenvoudig en dit kan zowel de inspecteur als de bestrijder zelf doen. Kies in je omgeving één of meerdere locaties waar meerdere eikenbomen aanwezig zijn, zoals een laan of een wijk met eikenbomen. De kaart met gevoelige zones (zie hoofdstuk 3.2.2 ‘Plaaggevoeligheid van de omgeving’) kan daarbij helpen. Kies per locatie willekeurig ten minste 10 bomen die je wil inspecteren. Op het terrein noteer je het aantal bomen met en zonder nesten, en het aantal nesten per groottecategorie.

Hoe groter het nest, hoe meer rupsen hierin aanwezig zijn, en dat aantal stijgt exponentieel. Voor deze oefening is het voldoende om drie verschillende groottes te onderscheiden: tennisbal, voetbal of een deken. Uiteraard bestaan er tussenvormen, maar door per boom het aantal nesten per categorie te tellen, krijg je een goed beeld van de verwachte plaagdruk. Om te corrigeren voor de verschillende formaten, bepalen we hoeveel tennisballen er in het nest passen – bijvoorbeeld 1 voetbal = 5 tennisballen.
| Formaat | Diameter (cm) | Equivalent aan # nesten |
|---|---|---|
| Pingpongbal | 3 | 1 |
| Golfbal | 4 | 1 |
| Tennisbal | 7 | 1 |
| Handbal | 15 | 5 |
| Voetbal | 20 | 5 |
| Klein deken | 30 | 5 |
| Basketbal | 40 | 10 |
| Groot deken | 100 | 10 |
Een deken is een nest dat geen bolvorm heeft, maar als een donsdeken over de stam gedrapeerd is. Naargelang de diameter onderscheiden we een klein of een groot deken.
In het bijgevoegde inspectierapport kan je die gegevens digitaal opnemen, en wordt direct de plaagdruk voor die locatie bepaald.

Een sjabloon voor een inspectierapport vind je terug in de bijlagen.
Monitoring vlinders
Behalve het aantal nesten in het voorgaande voorjaar, is ook het aantal uitgevlogen vlinders in de zomer een indicator voor de te verwachten plaagdruk. De weersomstandigheden tijdens de vliegperiode van de vlinders zijn namelijk bepalend voor het succes van de eileg.
Om het aantal volwassen vlinders te tellen, worden lichtvallen of feromoonvallen gebruikt.
Meestal gebeurt deze vorm van monitoring op landelijk en/of provinciaal niveau en wordt de informatie verspreid via nieuwsbrieven en/of websites. Maar het lokale beeld op gemeentelijk niveau kan daarvan afwijken. Om een betere inschatting te krijgen van de te verwachte plaagdruk in je eigen beheersgebied, kun je plaatselijk lichtvallen of feromoonvallen plaatsen. Ze zijn vooral waardevol bij meerjarig gebruik, waarmee trends en ontwikkelingen in de loop van de jaren zichtbaar worden.
De resultaten van zowel lichtvallen als feromoonvallen zijn in de regel bekend op het einde van het vliegseizoen, eind september. Vanaf dan kan je een eerste inschatting maken van de potentiële plaagdruk voor het komende jaar. De resultaten zijn richtinggevend, maar de weersomstandigheden in de winter, de aanwezigheid van parasieten en predatoren en een eventuele preventieve biocidenbehandeling spelen natuurlijk ook een rol.
Feromoonvallen
Een zeer betrouwbare methode om mannetjesvlinders te tellen, zijn feromoonvallen. Deze methode wordt vooral in Nederland gebruikt.
Feromoonvallen lokken de mannetjes met soortspecifieke geurstoffen, die de vrouwtjesvlinders produceren. Het aantal gevangen mannetjes in een val geeft een goed beeld van het aantal uitgevlogen vlinders in de directe omgeving, zijnde een straal van 1000 meter rond de val. De vallen zijn soortspecifiek en lokken dus enkel eikenprocessievlinders. Je kan deze methode dus gebruiken zonder voorkennis.
Feromoonvallen hang je op vlak voor de vlinders uitvliegen, meestal rond de derde week van juli, en worden gebruikt tot september (of langer bij slecht weer).
Volgens de Nederlandse ‘Leidraad Beheersing Eikenprocessierups’ kan het gemiddeld aantal vlinders per feromoonval gebruikt worden als indicator voor de verwachte plaagdruk in het volgende jaar (zie 7.2.1 ‘Feromoonvallen’ maar dit is zeer afhankelijk van de locatie en het aantal gebruikte vallen.

Lichtvallen

In België worden vooral lichtvallen gebruikt om nachtvlinders te inventariseren en te monitoren. Dit zijn kunstlichtbronnen met een hoge UV-uitstraling waarmee ook eikenprocessievlinders worden aangetrokken. Aangezien je met een lichtval in goede omstandigheden tientallen soorten nachtvlinders vangt, is deze methode voorbehouden voor specialisten.
In Vlaanderen is vooral het Nachtvlindermeetnet van Natuurpunt actief. Via Waarnemingen.be (zie Waarnemingen.be – Eikenprocessierups) kan je de resultaten van de monitoring opvolgen.
In Wallonië inventariseert de zusterorganisatie Natagora actief de nachtvlinders. De resultaten daarvan vind je ook op Waarneming.be.
Momenteel is nog niet duidelijk hoe het aantal vlinders per lichtval gebruikt wordt als indicator voor de verwachte plaagdruk, zoals dat gebeurt voor de feromoonvallen. Hiervoor is verder onderzoek nodig. Voorlopig moeten we dus kijken naar de trends – een stijgend aantal waarnemingen is een indicatie voor een hogere plaagdruk in het komende rupsenseizoen.
Monitoring uitkomst rupsen en bladontplooiing
Het derde belangrijke moment in de jaarcyclus van de processierups is wanneer de rupsen uit het ei komen. Dit gebeurt meestal rond hetzelfde moment als de bladontplooiing van de eiken, maar vaak wachten jonge rupsen die net uit het ei zijn gekropen bij de knoppen op het moment van bladuitloop. Zodra de eikenknoppen zwellen en openbarsten, komt voedsel beschikbaar voor de rupsen en gaan ze zich ontwikkelen.
Zowel het uitkomen van de eitjes als de bladontplooiing wordt gemonitord. In Nederland gebeurt deze monitoring door het Kenniscentrum Eikenprocessierups. Eipakketjes van verschillende gebieden in Nederland worden in de twee eikenprocessierups-proefstations gebracht. De uitkomstdatum vind je elk jaar in een natuurbericht op www.naturetoday.com. Deze informatie wordt ook door het Kennisplatform Processierups en de nieuwsbrief.
In Vlaanderen monitoren de provincies Antwerpen en Limburg. De resultaten ervan vind je in de respectievelijke nieuwsbrieven en op de websites.
Deze gebeurtenissen bepalen in grote lijnen de timing van het verdere verloop van de beheermaatregelen, vooral die van de preventieve maatregelen. Voor een goed effect van het spuiten met bacteriën moet een boom ca. 40-50% bladontplooiing hebben. Als er minder bladontplooiing is, blijven te veel later ontplooiende bladeren onbehandeld. De kalender in het beheerplan is gebaseerd op de uitkomstdatum van de eitjes.
Monitoring beheermaatregelen
Om de plaagdruk voor het lopend jaar juist te bepalen en die van het volgend jaar in te schatten, is het belangrijk om de getroffen beheermaatregelen goed te monitoren en te registreren. Hierbij gaat het zowel om preventieve beheermaatregelen (spuiten met bacteriepreparaat) als het wegzuigen van de nesten.
Bij preventieve maatregelen kan een spuitrapport, opgesteld door de uitvoerder per spuitlocatie en per behandeling, daarbij helpen. Vraag dat het spuitrapport zo frequent mogelijk wordt opgemaakt. Zo kan je opvolgen of de beheermaatregelen worden beïnvloed door veranderingen in weersomstandigheden.

Een sjabloon voor een spuitrapport vind je terug in de bijlagen.
In Vlaanderen is het verplicht bij het gebruik van biociden te rapporteren hoeveel van het product gebruikt werd (zie 9.2.1 ‘Biociden of gewasbeschermingsmiddelen’)
Bij curatieve acties vraag je de bestrijder het aantal en de grootte van de verwijderde nesten per boom te registreren. Tel ook het aantal bomen zonder nesten. Registreer of de nesten zijn verwijderd terwijl er nog actieve rupsen aanwezig zijn of niet. Als de rupsen nog actief zijn, heeft de behandeling nog een preventief effect op de plaagdruk voor het volgende jaar. Als er geen actieve rupsen meer te zien zijn, bestaat de kans dat de vlinders al zijn uitgevlogen, en dient de maatregel enkel om het nest met de brandharen te verwijderen.

Een sjabloon voor een rapport voor een curatieve actie vind je terug in de bijlagen.
Monitoring gezondheidsklachten
De belangrijkste doelstelling voor het beheer van de eikenprocessierups is het beperken van de gezondheidsklachten. De maatschappelijke impact daarvan kan groter zijn dan enkel de individuele gezondheid. Bij een hoge plaagdruk, op intensief gebruikte locaties die plaaggevoelig zijn, kan het aantal klachten zo hoog oplopen dat er impact is op de belasting van huisartsen en spoeddiensten. In dergelijke omstandigheden kan het opvolgen van het aantal klachten dus nut hebben.
Op langere termijn verzamelt Intego voor Vlaanderen informatie over de incidentie en prevalentie van ziekten i.s.m. KU Leuven. Intego is een Vlaams huisartsenregistratienetwerk dat ongeveer 500 huisartsen omvat, verspreid over heel Vlaanderen. De data staan ter beschikking van onderzoekers, beleidsmakers, masterstudenten en eenieder die de data kan gebruiken. Dankzij Intego kunnen ziektetrends in de huisartsenpraktijk in kaart gebracht worden.
Het project gebruikte de gegevens van Intego voor de opvolging van de gezondheidsproblemen gerelateerd aan eikenprocessierupsen.