LIFE-project Eikenprocessierups

Aantrekken van sluipwespen en -vliegen

De eikenprocessierups bestrijden door het aantrekken sluipwespen en -vliegen door aangepast bermbeheer.

Sluipwespen en -vliegen aantrekken door een aangepast bermbeheer


Harige rupsen kunnen sterk beïnvloed worden door natuurlijke vijanden, waaronder sluipwespen en -vliegen. Vooral in meer natuurlijke omgevingen kunnen dergelijke natuurlijke vijanden erg effectief zijn. In sommige situaties kunnen ze populaties van eikenprocessierupsen tot 90% verminderen. Dit doen ze door hun eitjes in of op de processierupsen of hun poppen te leggen, waarna de larven van de sluipwespen en –vliegen de rupsen van binnenuit opeten.

In deze studie wilden we nagaan of een meer natuurlijk bermbeheer kan leiden tot een toename in parasitoïden, en daardoor een afname van het aantal eikenprocessierupsen.

Scroll down
Sluipwesp injecteert eitjes in nest eikenprocessierups

Vergelijken verschillende types wegbermen


Om te onderzoeken welk type van wegberm het meest aantrekkelijk is voor sluipwespen en –vliegen, vergeleken we in het project verschillende vormen van bermbeheer met elkaar, op proeflocaties zowel in Vlaanderen als Nederland. Concreet werd voor elk type van bermbeheer bepaald hoeveel en welke soorten sluipwespen en -vliegen zich in de nesten van de eikenprocessierupsen bevinden en wat het effect daarvan was op de hoeveelheid eikenprocessierupsen.

Op de proeflocaties zorgden de projectpartners ervoor dat de wegbermen met geïnfecteerde eiken op verschillende manieren beheerd worden:

  • Grasachtige bermen, met weinig of geen kruiden
  • Natuurlijke bloemrijke bermen, met uitgesteld maaibeheer (1x per jaar) – zonder houtachtige vegetatie of bramen
  • Natuurlijke bloemrijke bermen, met uitgesteld maaibeheer (1x per jaar) – mét houtachtige vegetatie of bramen
  • Ruige bermen (brandnetels, enz.); 2 x per jaar gemaaid
  • Gefaseerd maaien (slechts een deel van de vegetatie wordt gemaaid)
  • Bermen ingezaaid met een eikenprocessierups bloemenzaad mix

Monitoring van het effect van bermbeheer


Nectar index

In eerste instantie werd gekeken naar het effect van het bermbeheer op de vegetatie. Hierbij werd de habitatkwaliteit voor de natuurlijke vijanden (en pollinatoren) vastgesteld door een nectar index te bepalen. Deze index is gebaseerd op het aantal bloeiende planten. De metingen hiervoor gebeurden jaarlijks in juni-juli.

Parasiteringsgraad van de eikenprocessierupsnesten

De graad van parasitering van eikenprocessierupsen werd vergeleken in de op verschillende wijze beheerde bermen. Hiervoor werden jaarlijks per locatie drie eikenprocessierupsnesten verzameld tijdens de zomermaanden. Vervolgens werden alle parasitoïden uit die nesten verzameld, geteld en geïdentificeerd tot op soortniveau.  

Populatiegrootte eikenprocessierupsen

Om het effect van het bermbeheer en de aantallen sluipwespen en -vliegen op de eikenprocessierupsen vast te stellen, werden ook het aantal en de grootte van de nesten van de processierupsen jaarlijks gemeten.

Wat leren we uit het bermenonderzoek? 

Spelen parasieten inderdaad een rol bij het beheersen van de rupsenpopulaties?

  • In de rupsennesten vonden we naast processierupsen twee soorten sluipvliegen en twee soorten sluipwespen. Sluipvliegen zijn veel talrijker: gemiddeld 60 vliegen tegenover twee wespen per nest. 
  • De gemiddelde graad van parasitering over alle bermen heen ligt rond 70%.  Dus zonder deze parasieten zouden er jaarlijks drie keer zoveel vlinders rondvliegen en nieuwe eitjes leggen voor het volgende seizoen. 

Hoe zit het met de parasiteringsgraad in de verschillende types wegbermen?

  • Vooral in bloemrijke, diverse bermen met veel composieten zoals boerenwormkruid en duizendblad, en met een hoge nectarindex, zien we een hoge graad van parasitering. In de meest natuurlijke bermen en bij hoge plaagdruk stijgt dat zelfs tot 90%. Dat leidt tot aanzienlijk minder overlast van eikenprocessierups in en rond natuurlijke bermen.  
  • Dat effect is het sterkst in bermen in open landschap met veel graslanden en vermindert naarmate er meer bossen in de omgeving zijn. 
  • Een regulier maaibeheer, inclusief het opruimen van het maaisel, draagt bij aan meer parasitering en dus minder overlast.