Monitoring


Het monitoring luik van het project had als doel de impact van de verschillende ecologische beheermethoden die we in dit project hebben uitgetest, te meten.
We wilden namelijk vaststellen wat het effect is van het inzetten van de verschillende technieken op:

  • het aantal en de grootte van de eikenprocessierupsnesten
  • het aantal gezondheidsklachten
  • de hoeveelheid biociden (insecticiden) die gebruikt worden voor het bestrijden van eikenprocessierupsen

Monitoring van het effect van de ecologische beheertechnieken op het aantal eikenprocessierupsen


We verwachtten dat de drie controletechnieken die we gaan toepassen (aantrekken van mezen; aantrekken van sluipwespen en-vliegen; uitzetten grote poppenrover) de populatiegrootte van eikenprocessierups zouden verminderen. Het was echter belangrijk een zicht te krijgen op de grootte van het effect, om de effectiviteit van de verschillende methoden met elkaar te kunnen vergelijken en om te kunnen nagaan welke methode voor welk type van locatie het meest geschikt is.

Research

Concreet werden op alle proeflocaties elk jaar tijdens de zomermaanden het aantal en de grootte van de nesten van de eikenprocessierupsen gemeten. We deden dit een eerste keer vóór de start van de proeven om de startsituatie te kennen. Dergelijke metingen gebeurden zowel op de plekken waar één van de ecologische beheermethodes werden toegepast, als op de controle locaties met geïnfecteerde eiken, maar zonder beheer. Op die manier konden we de impact van de verschillende methodes meten en met elkaar vergelijken. De uiteindelijke resultaten werden statistische verwerkt in een rapport en dienen als input voor de beslissingsmatrix die finaal werd opgemaakt.

Eikenprocessierups 4de fase
Eikenprocessierups 4de fase
Monitoring eikenprocessierups 4defase nest
Monitoring eikenprocessierups 4defase nest

Wat leren we uit de monitoring van de ecologische beheertechnieken?

Een samenvatting van de resultaten van de verschillende onderzoeksthema’s kan je hier vinden:

Monitoring van de gezondheidseffecten veroorzaakt door de eikenprocessierups


Vóór de start van de proeven, in de zomer van 2020, verzamelden we data van 600 huisartsen in Vlaanderen en Nederland over het aantal gezondheidsklachten die zij binnenkrijgen in verband met de eikenprocessierups. Deze deden dienst als basisdata. De data-inzameling gebeurde in samenwerking met INTEGO/Sciensano (Vlaanderen) en NIVEL (Nederland).
Tijdens de duur van het project en ook 5 jaar erna (2030), wilden we analyseren of en in welke mate het aantal klachten gerelateerd aan eikenprocessierupsen afneemt.  De doelstelling was, het aantal klachten in het projectgebied met 20% terug te dringen.

We probeerden ook na te gaan of er regionale verschillen zijn gerelateerd aan plaatsen waar er meer of minder ecologische beheermethoden worden ingezet.

Wat leerden we uit de monitoring van de gezondheidseffecten?

  • De doelstelling voor 2025 – een vermindering van het aantal klachten met 20% – kon helaas niet onweerlegbaar worden aangetoond; Nederland en Vlaanderen vertonen een heel verschillend beeld van het klachtenverloop doorheen de jaren.
  • Desondanks lijkt de terugloop in het biocidegebruik in het projectgebied geen effect te hebben op mogelijk gerelateerde gezondheidsklachten.
  • Wat we wel zien, is dat een overvloed aan eikenprocessierupsen in de zomerperiode zorgt voor extra gezondheidsklachten, maar andere oorzaken spelen wellicht een veel grotere rol.
  • Uit contacten met de KUL weten we dat bijvoorbeeld de massale COVID-vaccinaties in 2021 en 2022 ook symptomen veroorzaakten die lijken op die van contact met de rups.

Een belangrijke kanttekening bij de gebruikte methode is dat symptomen als jeuk en roodheid algemene allergische reacties zijn na contact met een vreemde stof, dus niet typisch voor eikenprocessierups. Uit de beschikbare gegevens weten we niet wat de klachten precies veroorzaakt heeft. Daardoor is het moeilijk verbanden te leggen met de aanwezigheid van de eikenprocessierups of het effect van de bestrijding.

Verder lezen …

Monitoring van het biocidengebruik


Het gebruik van BT

In 2018 werd er maar liefst 2053 kg BT gebruikt in Vlaanderen plus de betrokken Nederlandse provincies. BT is een biocide (insecticide) gebaseerd op Bacillus thuringiensis en is onder andere gekend onder de namen Xentari en Foray 48B. Dergelijke insecticiden kunnen echter ook non-target dieren doden, waaronder verschillende insecten en ook zeldzame vlindersoorten. Een slechte zaak dus voor de biodiversiteit.

Volgens de EU wetgeving 2009/128/CE is het gebruik van pesticiden door Belgische of Nederlandse overheidsdiensten niet langer toegestaan en BT is zelfs niet erkend als toegelaten pesticide in de EU. Belgische provincies moeten momenteel jaarlijks een tijdelijke toelating voor het gebruik ervan aanvragen bij de federale overheid. Hierbij krijgen ze de toestemming om BT te gebruiken op plekken waar eikenprocessierupsen ernstige gezondheidsschade veroorzaken. Momenteel is BT het meest ecologische product beschikbaar op de markt. Vanaf 2020 is er ook een nieuw product (Neemprotect) erkent om te gebruiken als biocide tegen de eikenprocessierups.

Monitoring

In 2020, bij de aanvang van het project, werden de basisdata van het biocidengebruik in de projectregio bepaald. Hiervoor deden we navraag bij de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), die het pesticidengebruik in Vlaanderen opvolgt, en bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voor de situatie in Nederland. Daar vingen we echter bot; de meeste Nederlands gemeentes waren niet bereid de gegevens over hun bioicidengebruik met buitenstaanders te delen.

In plaats daarvan vroegen we een vijfendertig gemeentes in het projectgebied, tenminste vijf in elke provincie, om jaarlijks een vragenlijst in te vullen met alle gegevens . Deze groep van 35 gemeentes die nauw betrokken waren bij het project, werd onze de Ambassadeursgemeenschap.

Jaarlijks werden van de partners, de VMM en de Ambassadeursgemeentes de nieuwe gegevens opgevraagd om de evolutie van het biocidengebruik in kaart brengen. 

Ons uiteindelijke doel is om het biocidengebruik met 50% te doen dalen tijdens de projectperiode, door alle belanghebbenden ervan te overtuigen op grote schaal over te stappen op ecologische beheermethoden, en dit ook in de officiële richtlijnen te laten nemen.

Preventie - Eikenprocessierups - witte pakken
Preventie – Eikenprocessierups – witte pakken

Wat leerden we uit de monitoring van het biocidengebruik?

  • Tot de frustratie van de projectpartners bleef het gebruik van biociden de eerste jaren nog stijgen naarmate de plaagdruk steeg. Het vergde veel overtuigingskracht van de projectpartners om de gemeenten ertoe te bewegen het biocidengebruik te verminderen.
  • In 2023 daalde het gebruik onder de doelstelling van 50% reductie. Daarna ging het snel, en in 2024 werden al 75% minder biociden gebruikt.
  • Het effect is nog sterker als we kijken naar de biologische activiteit en daarmee de impact op de biodiversiteit. Toen in Vlaanderen in 2020 een commercieel product werd vervangen door een vergelijkbaar product met minder actieve stof voor hetzelfde volume, daalde de potentiële impact in één jaar tijd met maar liefst 70%.

Naast de uitgebreide sensibilisatiecampagne, heeft ook de afname van de plaagdruk vanaf 2023 zeer waarschijnlijk bijgedragen aan het verminderde gebruik van biociden.

Verder lezen …